“Wij werpen een nieuw licht op Outsider Art”

In 2016 opende het Outsider Art Museum (OAM) in Amsterdam. De kiem voor het jonge museum werd gelegd in een ander museum: Het Dolhuys in Haarlem, museum van de geest. Directeur van beide musea is Hans Looijen, een bevlogen museoloog met interesse voor antropologie en archeologie. Een gesprek over de basis van het OAM, en de reis van Haarlem, via Parijs en Japan naar Amsterdam. Over belangrijke ontmoetingen en een druppeltje melk in de koffie.

Waardoor bent u zich op Outsider Art gaan richten?
‘’Ik bezocht in 2010 een expositie die echt een openbaring was. Mijn vrouw en ik kwamen er bij toeval terecht tijdens een bezoek aan Parijs. Op Gare du Nord had een Haarlemse kunstenaar ons getipt naar Halle Saint Pierre te gaan voor Art Brut Japanois. Ik was echt verbluft.’’

Wat verraste u?
‘’Nooit eerder zag ik zo duidelijk dat Outsider Art is ingebed in de cultuur.‘’

Wat dacht u daarvoor van Outsider Art?
‘’Dat het in isolement tot stand komt, zoals Jean Dubuffet beschreef. Alsof de kunstenaar een burcht bouwt en alle bruggen ophaalt. Maar dat is niet zo, het is toegankelijker. Archeologie vind ik interessant omdat het laat zien dat mensen in alle tijden en culturen dezelfde essentiële vragen willen beantwoorden. En dat proberen deze kunstenaars ook.’’

Welke kunstenaar raakte u het meest in Halle Saint Pierre?
“Sawada Shinichi, zijn keramieken kunstwerken lijken rechtstreeks uit een tribale cultuur te komen, prachtig.”

Later hebt u hem ontmoet.
“Ik ben in zijn werkplaats geweest, ja. Ik was zo onder de indruk van die Parijse expositie dat ik besloot Japanse Outsider Art naar het Dolhuys te halen.”


Lionel Plak

Paste Outsider Art bij het profiel van Museum het Dolhuys?
“Het had geen vaste plek in de programmering, maar het museum opende in 2005 wel met een expositie van Willem van Genk. Inmiddels zijn we het ‘museum van de geest’. De oude naam ‘museum van de psychiatrie’ bleek onderwerpen uit te sluiten. Bezoekers vroegen: waarom hebben jullie het niet over Alzheimer? Of over het syndroom van Down? Outsider Art is ook breder, het gaat om de kunst.”

Doet de achtergrond van de maker er niet toe?
“Is het interessant dat Jackson Pollock alcoholist was? Moeten we anders kijken naar het werk van René Daniëls nadat hij een hersenbloeding had? Ik vind van niet. We hebben in de expositie van Japanse Outsider Art geen onnodige medische informatie vermeld. Anders zetten mensen alles weg als gekkenkunst.”

Hoe reageerden bezoekers?
“Enthousiast en verrast. Mensen schreven in het gastenboek dat de kunstwerken grote zeggingskracht hadden, dat ze eerlijk waren, niet pretentieus. Een echtpaar was zelfs zo geraakt dat ze naar aanleiding van deze tentoonstelling een aankoopfonds voor het museum oprichtten. Zo konden we Japanse Outsider Art aankopen. Een essentiële stap naar de oprichting van het OAM.”

Wat was de volgende stap?
“We wilden Nederlandse Outsider artists een platform geven in het Dolhuys. We maakten in 2015 de tentoonstelling Essenties I, daarvoor konden Nederlandse ateliers talenten voordragen.”

Wanneer levert een atelier interessante kunstenaars op?
“Ik geloof in weinig sturing. Belangrijk is het faciliteren van de ontwikkeling en het koesteren van talent, met eindeloos geduld.”

Welke talenten staan u bij van die expositie?
‘’Er zijn veel verschillende goede Outsider-kunstenaars en ateliers in Nederland. Zo konden we geweldige kunstwerken van Mies van der Perk en Coen Ringeling aan de collectie toevoegen.’’

Verdiende de collectie toen al een museum?
‘’Ik vond dat Outsider Art een prominentere plek verdiende. En met de tentoonstellingen van Japanse en Nederlandse Outsider artists hadden we erg veel mensen enthousiast gekregen. In samenwerking met Cordaan en met de Hermitage konden we vorig jaar het OAM openen.’’

Wanneer is Outsider Art museaal?
“Dat raakt aan de vraag ‘Wat is een museum?’ Wat mij betreft is dat een maatschappelijke instelling met nut voor de samenleving. Het is een platform, het brengt inspiratie maar het moet ook agenderen en reflecteren wat er in de samenleving gebeurt. Een museum geeft duiding en biedt context, handvatten om te kijken.”

Hoe biedt het OAM die context?
“Wij doen dat bijvoorbeeld door de internationale ontwikkelingen te koppelen aan Nederlandse Outsider artists, zo proberen we altijd een breder verhaal te vertellen.”

Is het tegenstrijdig, een museum met Outsider Art? Outsider Art bevindt zich toch juist buiten kunstinstellingen?
“Nee hoor, het ‘outside’ van ‘Outsider Art’ betekent niet buiten. De term werd voor het eerst gebruikt in een boek van de Britse wetenschapper Roger Cardinal in 1972. Hij wilde schrijven over ‘art brut’, maar dat vond zijn uitgever geen geschikte term voor Engelstalige lezers. Cardinal legde de uitgever uit dat dit kunstenaars zijn die op het podium van de kunsten staan, maar slechts zichtbaar, buiten de spotlights.”

Dus het OAM verplaatst de kunst niet, maar het licht.
“Ja, we schuiven het licht verder open, zodat mensen zien: aha, er staan veel meer kunstenaars op het podium.”


Richard C. Smith

Waar zoekt u naar als u Outsider Art bekijkt?
“Het liefst zie ik iets dat echt nieuw is, dat iemand een eigen fascinatie volgt. Vervolgens wil ik meer weten, dat kan een spannend verhaal opleveren.”

Maakt het verhaal uit?
“Ja, stel dat de vormen die iemand tekent rechtstreeks zijn ontleend aan het tapijt, dan kijk je er anders naar dan wanneer die vormen een persoonlijke betekenis hebben.”

Wat kunnen we van Outsider Art leren?
“We kunnen heel veel van kunst leren, maar we hebben kunst helaas afgesplitst van de samenleving. Het is marginaal, een druppeltje melk in een kop zwarte koffie. Binnen die druppel is Outsider Art een klein deel. Maar ik denk dat deze kunstenaars laten zien dat je jezelf mag uiten, dat je iets van jezelf mag laten zien. Daarom reageren bezoekers zo spontaan. Niet iedereen durft zomaar een kunstgalerie of museum binnen te stappen, daar voelen veel mensen zich niet op hun gemak.”

Hoe komt dat?
“Ik denk dat er strenge poortwachters zijn, een groep experts die bepalen wat binnen de beeldende kunst de moeite waard is en hoe daarover moet worden gepraat. Dat sluit mensen buiten.”

Nu bent u zelf ook een poortwachter geworden.
“Ja, dat klopt, we maken een selectie, we kunnen niet alles laten zien. Maar ik zoek wel naar het nieuwe, ik laat me graag verrassen. Natuurlijk maken we keuzes, en ik sluit niet uit dat we ook dingen missen, net als elk museum.”

Waar verheugt u zich op?
“In 2019/2020 maken we een grote overzichtstentoonstelling met werk van Willem van Genk. Het is geweldig dat die collectie voor aansluiting bij het OAM heeft gekozen, want die bevond zich in langdurige bruikleen van het Gentse Museum Dr. Guislain. Daar werkten wij al mee samen en dat blijven we doen.”

Wordt ook zijn Trolleybus station weer getoond?
“Ja, bijzonder hè? Net als in 2005 in het Dolhuys.”

Hans Looijen (1964) studeerde museologie in Amsterdam en Oaxaca (Mexico). Hij was directeur van het Amsterdamse Museum Energetica en adviseur van het Mondriaan Fonds. Sinds 2008 is hij directeur van Museum Het Dolhuys in Haarlem en sinds 2016 ook van het Outsider Art Museum in Amsterdam.