Transport als fascinatie

Tussen huizen en torens verschijnen schepen, auto’s en treinen en zo krijgt het geheel een bijna hoorbare dynamiek. Transport is een fascinerend thema voor Outsider-kunstenaars. Vaak in combinatie met architectuur. Wat spreekt deze kunstenaars zo aan in deze voortdurend uitdijende dimensie van onze wereld?

Voor de een is er de vervoering van de snelheid. De ander wordt geboeid door techniek en de systematiek. Neem bijvoorbeeld Lionel Plak, een kunstenaar die in De Witte Olifant in Almere wordt begeleid en wiens werk inmiddels is verworven voor de collectie van het Outsider Art Museum. Hij werkt uren en dagen aan het in kaart brengen van de bus- en spoorwegverbindingen tussen steden, of binnenstedelijke vervoerssystemen. In kleurpotlood of stift schetst hij de lijnen en de knooppunten in een priegelig handschrift. Het is geweldig ingewikkeld om een juist grafisch beeld te schetsen van de samenhangende netwerken, maar Lionel Plak slaagt er in door heel precies te bestuderen hoe het allemaal in elkaar steekt. In feite volgt hij het beroep van de cartograaf, die in een abstracte weergave een begrijpelijk beeld schetst. Zijn kaarten zijn wonderen van het brein en een voorbeeld van verbeeldingskracht.

De fascinatie van Lionel Plak zien we ook bij Jeroen Holland, die een soort wirwar van lijnen produceert, maar veel minder accuraat en verfijnd. Anderen concentreren zich op de vervoersmiddelen zelf. De auto, de trein. Heel kaal en statisch geïnventariseerd, zoals bij Han Ploos van Amstel en David Braillon, of volop in actie als in de stulpende, vibrerende wereld van Jaco Kranendonk. Laatstgenoemde kunstenaar is ongeëvenaard in het verbeelden van het verkeersgevoel in metropolen. Hoewel hij zich beperkt tot Rotterdam, kun je wat hij doet als een zuivere weergave zien van de hedendaagse wereldstad, waar alles op en onder elkaar wordt doorgeduwd in een onontwarbare kluwen van bestemmingen en doelen. Je snapt meteen wat hij ziet. Schepen en voertuigen wringen zich agressief door en langs elkaar heen, worstelend als in een rugbymatch, met telkens een ander die even de boventoon voert. En neem nou Roy Wenzel, een kunstenaar die in Appingedam woont en familie heeft in Limburg. Zijn tochten daarheen met de trein vormen voor hem het hoogste genot. Hij tekent met kleurpotlood hoe de gele treinen in volle vaart door het landschap schieten. Het uitzicht tekent hij samen met het treinraam waardoor het omlijst wordt. Voor thuis heeft hij zo’n raam gemaakt van hout. Hij houdt het op een stok voor zijn gezicht als hij door de tuin loopt om dat heerlijke gevoel weer op te roepen. Motoren en auto’s vallen in zijn verbeeldingen samen met hun passagiers. In zijn getekende wereld legt Roy ook het verband tussen snelheid en erotiek. De felle opwinding vormt de brug.

Norimitsu Kokubo vindt steden en alles wat daarin beweegt, onweerstaanbaar. In zijn fantastische tekeningen verweeft hij alles met elkaar vanuit elk van de vier kanten van het papier. Monorails met wagons, auto’s en luchtballonnen doorsnijden zendtorens, flats, masten, kerken en huizen. Hij schept metropolen die altijd blijven groeien. Ook het ruimtelijke werk van Hans-Jörg Georgi springt er uit. Hij construeert zijn prachtig gedetailleerde vliegtuigen uit lapjes grijs karton. In zijn verbeelding gebruiken ze zonne-energie. Als de aarde onbewoonbaar is geworden kunnen mensen en dieren in deze toestellen de ruimte in en verder leven tussen de sterren.

Transport doorbreekt onze beperkingen. Vliegtuigen en schepen vervullen de belofte van het bereik van ongekende verten. We gaan van klein en onbeduidend naar weids en groots. En altijd is er de beweging, die met lichaam, geest en kunstenaarshand wordt gevolgd. Outsider-kunstenaars hebben er een zuiver gevoel voor, want transport is hun triomf.

Auteur: Ans van Berkum