Samenspel tussen twee kunstenaars: Ria Mul en Marc Mulders

Al 25 jaar komt kunstenaar Marc Mulders regelmatig in het Tilburgse atelier Artenzo. Hij werkt daar samen met Ria Mul, de Outsider-kunstenaar die hij helpt, stimuleert en respecteert als collega. Anna van Leeuwen ging een dag met Marc mee.

“Kijk hier, dit stukje, dat is toch precies Luc Tuymans? En dit, dat is toch net Emo Verkerk?” Kunstenaar Marc Mulders staat in de opslag van atelier Artenzo. Hij hurkt bij een groot schilderij van Ria Mul. Een koe, dames in bikini, een dinosaurus, portretten, tanden. Het is makkelijk te verdwalen in Ria’s werk. Maar Mulders is een goede rondleider. Hij wijst naar delen van het doek, kan vertellen over de herkomst, de techniek, haar ontwikkeling. En hij verwijst naar andere schilders, want zo vertelt hij graag. Marc is fan.

Ria’s aandacht is elders. Zij pakt een rondzwervende plakbandhouder. Ze houdt het apparaat dicht bij haar gezicht, bijna tegen het dikke glas van haar bril aan, weegt het in haar handen, raakt even het plakband aan en zet het dan abrupt weer terug. Ze wijst naar een doek, vraagt (haar intonatie is haast gebiedend): “Expositie? Wanneer?” Drukt daarna Marc op het hart een dekbedovertrek voor haar te bestellen, graag met blote mensen en “huidvlokken”. Als hij het belooft beent ze pardoes weg. “Half één, eten”, verklaart ze. De kantine wacht.

Ria Muls leven volgt al decennia een vaste regelmaat. In haar atelier hangt een lijstje kloktijden met erbij wat op welk tijdstip gebeurt. De afgelopen 25 jaar is Marc deel geworden van haar ritme en haar wereld. En andersom. Een buurtproject bracht hen bij elkaar. Albert Matthijssen, artistiek leider van Artenzo, was er steeds bij. Hij ontdekte jaren eerder het talent van Ria, al is hij te bescheiden om dat zo te noemen. Toch is er behoorlijke moed voor nodig om een laagbegaafde autistische vrouw op vrijdagmiddagen olieverftechniek bij te willen brengen. Gewoon omdat Matthijssen het vermoeden had dat er bij Ria meer in zat, meer uit kon komen. En dat bleek een gouden greep. Dit jaar kocht museum het Dolhuys vijf doeken.

In het kantoor van Albert, dat door alle artistieke snuisterijen tegelijk iets weg heeft van een atelier, vertellen Marc en Albert het verhaal van Ria. Marc geestdriftig, afdwalend (“Maar dat is een heel ander verhaal…”), Albert eerder afwachtend, zijn woorden wegend. Hij weet nog goed hoe hij Ria leerde kennen toen hij activiteitenbegeleider was: “Het was arbeidstherapie, we maakten stopcontacten. Ik begeleidde bij het inpakken en assembleren. Zij deed het feilloos. Ze vond het sealen en het vertinnen erg spannend.” Maar wat Albert vooral opviel was dat Ria steeds tekende: “Als ze haar hand even vrij had zocht ze een stukje papier om met balpen te tekenen. En ze gebruikte die tekeningen om te communiceren.”

Ria’s drang om te tekenen maakte Albert nieuwsgierig: zou Ria willen schilderen? Zelf schildert hij in zijn vrije tijd, hij vermoedde dat ze de sterke kleuren van olieverf zou kunnen waarderen. “Eerst kickte ze erg op die heftige geur”, vertelt hij, “daarna merkte ze hoe het werkt, dat je de verf tussendoor moet laten drogen bijvoorbeeld.” Albert mengde de kleuren voor haar. Niet altijd een makkelijke opgave. Ria drukt zich met weinig woorden uit die een heel precieze betekenis hebben. “‘Medisch blauw’ wilde ze een keer”, herinnert Albert zich, “daar ben ik wel even zoet mee geweest, om dat naar haar zin te krijgen.”

Vlekkenmakers zoals Rembrandt
Als Marc atelier Artenzo voor het eerst bezoekt, is Ria een geoefend schilder. “Het was liefde op het eerste gezicht”, zegt hij. Hij viel niet alleen voor Ria, maar voor het hele atelier: “Het is heerlijk om op een plek te zijn waar niemand een pose aanneemt, niemand een dubbele agenda heeft.” Hij herkent iets in de kunstenaars: “Deze mensen hebben zich teruggetrokken en dat doe ik zelf ook.” Sinds 2008 woont Marc in een oude boerderij op landgoed De Baest tussen Tilburg en Eindhoven. Buiten het gewoel van de stad.
Marc ging met verschillende kunstenaars uit het Artenzo atelier samenwerken. Ria kreeg zijn bijzondere aandacht, hij zag dat zij een echte schilder is. Marc legt uit: “Je hebt teken-schilders als Ingres en Poussin en echte schilder-schilders, vlekkenmakers zoals Rembrandt en Caravaggio. Ik zag dat Ria dat ook in zich had. Ze ging op een heel smeuïg sensuele manier met verf om.” Die kant van Ria wilde Marc helpen ontwikkelen.

Ondanks de weinige woorden die Ria gebruikt kon hij er makkelijk achter komen wat haar triggert: “Je ziet gewoon waar ze op valt, ze reageert heel duidelijk.” Een “soort klankkast” noemt hij zichzelf: “Ik pik beelden uit haar binnenwereld en presenteer die weer aan haar.” Hij maakte bijvoorbeeld kijkdozen. Erin afbeeldingen van kunst, soms schilderijen van Marc zelf, knipsels uit glossy’s en ook de speelgoeddinosaurus die we net op het schilderij in de opslag zagen. Albert kan uitleggen waarom die kijkdozen Ria vooruit helpen: “Stillevens zijn voor autisten ingewikkeld. Als je een fruitschaal neerzet dan ontbreekt het kader, de tafel loopt door, er staat misschien een stoel naast, daarachter een raam. De werkelijkheid heeft niet zulke begrenzingen als een schilderij.” Zo helpt Marc Ria. Toch heeft hij haar nooit te veel gestuurd. Albert kent het risico: “Deze mensen in het atelier zijn gewillig. Als je ze precies zegt wat ze moeten doen, dan voeren ze dat uit.” Ze wilden voorkomen dat Ria zou gaan schilderen met dezelfde feilloze volgzaamheid waarmee ze ooit stopcontacten in elkaar zette.

Dat is gelukt. Marc beschouwt Ria als een collega. Ze hebben samen geëxposeerd in Museum De Pont in Tilburg en in het Dolhuys in Haarlem. Terug in haar atelier laat Ria zien waar ze aan werkt. De schets ligt naast haar op tafel, het is een ingenieuze compositie van flessen. Als we binnenkomen onderbreekt ze haar werk, pakt een papier en een balpen en maakt een vlugge schets voor Marc. Dit is het dekbed wat hij moet bestellen, mocht hij dat nog niet begrepen hebben. Een grote torso staat erop, ze tekent tepels, haartjes en een stevig stel buikspieren. Ernaast een tweede dekbed. Daartussen een soort ingezoomde uitsnede met haartjes. “Blote mensen dekbed bestellen,” zegt Ria nog eens streng. Marc houdt het papier stevig vast. Begrepen worden is geen vanzelfsprekendheid voor Ria en hier helpt tekenen. Elke schilderkunstige vergelijking schiet tekort. Marc begrijpt Ria en dat is wat nu telt.

Marc Mulders (1958) is beeldend kunstenaar. Hij schildert met olieverf en aquarel en is ook glazenier en fotograaf. Zijn kunstwerken zijn opgenomen in veel museale collecties zoals in Museum De Pont in Tilburg, Stedelijk Museum Amsterdam en het Van Abbemuseum in Eindhoven. In 2016 werd hij door Stichting Kunstweek uitgeroepen tot Kunstenaar van het jaar.

Ria Mul (1955) is beeldend kunstenaar in atelier Artenzo. Ze werkt drie dagen in de week aan haar olieverfschilderijen. Ze exposeerde onder meer in Ziekenhuis Elisabeth, Museum De Pont, Dolhuys | museum van de geest en Garage Rotterdam. Haar werk is opgenomen in de collectie van het Dolhuys.

Albert Matthijssen (1955) is artistiek leider van Artenzo, een Tilburgs atelier voor mensen met een verstandelijke beperking. Hij begeleidt de deelnemers in het atelier en organiseert exposities binnen en buiten Artenzo.