Outsider-kunstenaars volgen hun innerlijke stem

Alle registers gaan open om het volledige universum in kaart te brengen: veel Outsider-kunstenaars volgen hun innerlijke stem om grip te krijgen op de wereld. Denk aan de Oostenrijker Heinrich Reisenbauer of de Belg Michel Dave. De Braziliaan Bispo do Rosario is wel het meest bijzondere voorbeeld. Van meubels, een vleugel en een fiets, tot en met spoorweg-tracés en tafelgerei: alles wordt geborduurd.

Bispo do Rosario ( + 1909-1989) begon met het borduren van schepen en scheepswerktuigen op uniformen en banieren. Waarschijnlijk geïnspireerd door een kort verblijf als marinier op een oorlogsschip, voordat hij werd opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis met de diagnose paranoïde schizofrenie. Al gauw komen daar emblemen bij, gereedschappen, gebouwen, vlaggen, vee, auto’s, schoenen, sportattributen, windmolens en carrousels. Ach, wat niet. Alles wordt becommentarieerd met woorden en nummers. Maar dan begint het pas goed. De draden die hij uit zijn kleren trekt om mee te borduren, worden nu gebruikt om voorwerpen te mummificeren. Een schaar, een bijl, een verfroller, een ladder, een gieter; ze worden zorgvuldig omwikkeld met het grijsblauwe garen, zodat het voorwerp verandert in een object met een verborgen ziel. Hij maakt ook dingen na, zoals straatnaambordjes en stoplichten. Misschien omdat hij ze in het echt te groot vond. En dan gaat het door. Het omwikkelen wordt vervangen door verzamelen sec. In karretjes, op rekken, in lijsten. Eerst nog alles duidelijk op soort geordend. Behangrollen bij elkaar, kammen, laarzen, lepels. Dan ontstaan assemblages van de gekste dingen door elkaar.

Een gigantisch oeuvre ziet het licht. Voor Bispo zijn doel en zin heel duidelijk. Had een stem hem niet opgedragen simpelweg de wereld te reconstrueren? Dit te doen om het geheel aan God te presenteren bij zijn overgang? Ja, hij hoorde het in zijn hoofd. Dan heb je maar te luisteren. Gewoon doen. Zonder ophouden, jarenlang.

Bispo krijgt in het instituut een kelderruimte toegemeten, maar die wordt al gauw te klein. Is het daarom dat hij zich gaat wijden aan zijn prachtige Mantel van de Presentatie? Het koninklijke gewaad vol tressen, kwasten en epauletten, een rood roesje langs de kraag? Daarmee zal de kunstenaar bij zijn overgang zijn Schepper ongegeneerd tegemoet kunnen treden. Het is een mantel die duidelijk maakt dat hij zijn opdracht heeft vervuld, want hierop borduurt hij in kleur nog eens alles wat echt belangrijk is in de wereld. Van meubels, een vleugel en een fiets, tot en met spoorweg tracés, nummers en tafelgerei.

De werken van Heinrich Reisenbauer (Oostenrijk) zijn altijd gewijd aan slechts één thema. Deuren, paraplu’s, pakjes en peren; hij plaatst elk voorwerp op een apart vel; de exemplaren keurig langs en onder elkaar, tegen een lege achtergrond. Het is een fascinatie en het effect kunnen we voelen. Een bij is een bij, maar veertig dezelfde schematisch getekende exemplaren vormen een beeld van De Bij. Een icoon dat een versterkte aanwezigheid uitstraalt.

Voor zijn wijze van inventariseren gebruikt Michel Dave (België) woorden. Eindeloos fantaseert hij door op de mogelijke combinaties van een werkwoord met een onderwerp. Hij plaatst de vondsten geduldig tegen en onder elkaar tot het vel vol is. De schoonheid van zijn bladen waarop elke zin in zijn eigen vakje staat en de vakjes samenvloeien als de kabbelende golven van een meer, is wonderlijk. Het is een taak zonder einde, maar het loont de moeite er aan te beginnen. Wie echt is toegewijd is, kan heel ver komen. Renske Nijland ontpopte zich tot ‘de bewaarder der dingen’ en bouwt hutten om haar verzamelingen te stallen.

Toegeven aan het verlangen om van één ding alles in kaart te brengen loont de moeite. In de eerste plaats omdat de kunstenaar daarmee zichzelf serieus neemt en zichzelf vervult door te voldoen aan een innerlijke opdracht. Voor de kijker krijgen voorwerpen die in zo’n context zijn uitgebeeld een versterkte aanwezigheid. Het gewone wordt ongewoon, het kleine iconisch.

Auteur: Ans van Berkum