Nieuwe tentoonstelling: Art Brut | Jean Dubuffets revolutie in de kunst

De nieuwe OAM-tentoonstelling omvat ruim 150 werken waarmee kunstenaar en verzamelaar Jean Dubuffet in 1949 de bestaande culturele elite in Parijs choqueerde. De werken uit deze baanbrekende tentoonstelling uit de kunstgeschiedenis zijn zeventig jaar na dato voor het eerst te zien in Nederland.

Direct na de Tweede Wereldoorlog begint Jean Dubuffet zijn zoektocht naar nieuwe, zuivere en spontane kunstwerken, ver weg van de gevestigde orde. Tijdens zijn reis bezoekt hij psychiatrische instellingen, gevangenissen en verzamelt hij kindertekeningen en volkskunst. Bij de verschillende ontmoetingen collectioneert hij werken die volgens hem hét bewijs zijn dat deze kunstvorm een plaats verdient in de kunstwereld. De gevestigde uitgangspunten, de academische blik en standaarden moesten omver worden geworpen ten gunste van een nieuwe, zuivere en spontane kunst.

In de prestigieuze galerie van zijn vriend René Drouin krijgt hij in 1949 een podium. Hij toont een selectie van ruim 150 werken uit zijn verzameling ‘Compagnie de l’Art Brut’. Het is de eerste keer dat Art Brut (wat inmiddels is verbreed naar Outsider Art) aan een breed publiek wordt getoond. De nieuwe kunstvorm roept gemengde reacties op, Art Brut wordt geassocieerd met het ontbreken van artistieke kwaliteit, een idee dat heftig wordt bestreden door Dubuffet, die met zijn tentoonstelling precies het tegendeel wil aantonen.

Het idee dat ‘Art Brut valt te prefereren boven de culturele kunsten’, zoals Dubuffet het stelt, impliceert in de ogen van het culturele veld een ondenkbare, totale vernietiging van de kunstgeschiedenis. Inmiddels heeft Outsider Art het podium gekregen dat het verdient. Met de komst van het Outsider Art Museum en vele andere internationale initiatieven is Jean Dubuffets missie  nog steeds relevant.

De expositie toont werken van door Dubuffet ontdekte grootheden zoals Aloïse Corbaz, Fleury-Joseph Crépin, Gaston Duf, Auguste Forestier en de al gepubliceerde Adolf Wölfli. Het werk van Adolf Wölfli (1864-1930) wordt geroemd door kunstenaars, verzamelaars en musea vanwege zijn vernieuwende oeuvre. Na meerdere veroordelingen, komt de 21-jarige Wölfli terecht in een psychiatrische kliniek. Hier bouwt hij aan zijn universum, dat als een dagboek leest. Hij creëert een episch verhaal, waarin hij zelf als jonge ridder of keizer Adolf de hoofdrol speelt. Zijn werk is een kleurrijke verzameling aan mens- en dierfiguren, caleidoscopische vormen, bladmuziek en flarden tekst, de perfecte illustratie van Dubuffets ‘Art Brut’, gemaakt zonder artistieke scholing en buiten de officiële kunsten om.

Aloïse Corbaz werkt (1886-1964) als gouvernante aan het hof van Wilhelm II, waar ze stapelverliefd wordt op de keizer met wie ze een ingebeelde liefdesaffaire beleeft. Wanneer ze wordt opgenomen in een inrichting, begint ze in het geheim kunst te maken. Haar werken worden gedomineerd door een liefdespaar, vaak met de keizer en het hof als onderwerp.

Gaston Duf (1920 – 1966) maakt grillige potloodtekeningen vol mythologische en monsterlijke ‘voodoo-dieren’. Nadat hij vanwege zijn kwetsbare gezondheid wordt opgenomen, ontdekt zijn behandelend arts  dat zijn zakken zijn volgepropt met tekeningen. Een behandelaar met een artistiek oog gaf Duf vervolgens beter tekenmateriaal, waardoor zijn productiviteit nog verder toenam.

De tentoonstelling Art Brut | Jean Dubuffets revolutie in de kunst biedt een reconstructie van de uitgangspunten van Art Brut aan de hand van de door Dubuffet bijeen gebrachte werken.  Waarom kocht hij bepaalde werken aan en andere juist niet? Welke  selectiecriteria hanteerde hij bij het collectioneren van werken en welke informatie verzamelde hij over de kunstenaars? Wat is er terecht gekomen van de kunstenaars waarvan Jean Dubuffet werk collectioneerde voor zijn Compagnie l’Art Brut?