Collage 2000 Beljon Inc.

Willem van Genk, Collage 2000 Beljon Inc., Outsider Art Museum
Willem van Genk, Collage 2000 Beljon Inc., Outsider Art Museum

In 1958 meldde Van Genk zich bij de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag met een groot pak tekeningen onder zijn arm. Het...

In 1958 meldde Van Genk zich bij de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag met een groot pak tekeningen onder zijn arm. Het middenpaneel van dit schilderij vertelt hoe hij dat beleefde. We kijken in de kamer van de directeur en zijn secretaresse, waar oranje stralen door het grote raam vallen. Van Genk zit wat onverschillig op zijn stoel te wippen. Hij wordt door onderdirecteur Cees Bolding ontvangen, die razend enthousiast is over zijn werk. Uiteindelijk is het vooral directeur Beljon die zich heeft ingespannen om hem een goede start in de kunstwereld te geven. In 1971, wanneer Van Genk aan dit schilderij begint, is Beljon zijn belangrijkste toeverlaat geworden.

Over een andere man die hij hier portretteert, zou hij wat minder positief mogen zijn. Dat is grafisch ontwerper Pieter Brattinga, die hem officieel vanaf 1964 zakelijk vertegenwoordigde. Van Genk toont hem in een tondo op het rechterpaneel met een raadselachtig collier over zijn nette pak. Iets met dames-wc’s. Brattinga beloofde presentaties in New York en Tokio te verzorgen, maar deed in werkelijkheid bitter weinig. In de rechterhelft van de tondo met het portret van Brattinga zien we een impressie van een werk door kunstenaar Ger Lataster (1920-2012), die in deze periode veel succes had met zijn voor Van Genk onbegrijpelijke geklodder. Ook aan de linkerkant van dit werk verdiept Van Genk zich in de werking van de kunstwereld. Een duur beeld ‘dat niks voorstelt’ wordt door een groep verzamelaars bekeken en komt dan in een (US) Museum of Modern Art terecht naast een Delftsblauw bordje.

Rechts schildert hij een pot plastic-lak van Flexa, een blik blanke celluloselak van Cetabever en een bus Bison-kit. Als je zijn werk goed bekijkt, heeft hij inderdaad nogal wat gelijmd en afgelakt. Waar hij water schildert, laat hij de verf graag glanzen met een middel dat best wel eens plasticlak zou kunnen zijn. Bison-kit is uiterst belangrijk bij het aan elkaar plakken van zijn beschilderde panelen en later bij het construeren van zijn ingenieuze trolleybussen. Toch blijft het, ook in de tijd van Pop Art, heel bijzonder om deze producten zo prominent af te beelden en daar ook nog gedachten aan toe te voegen als ‘”Bison kit lijmt alles” Alles? Voor uw kruisbeeldjes kinder muntzege(..) And art holy’. In een andere hoek schrijft hij ‘Kunstpenissen’. Vlak daarbij ‘de maatschappelijke sexpiramide’. Van Genk was erg betrokken bij wat er in de wereld gebeurde. Afbraak deed hem pijn, zeker als het zo’n mooie kerk van Jos Cuijpers betrof. Seks boeide hem mateloos. Hij blijft bijvoorbeeld de kunstnozem Jan Cremer noemen die in 1964 zijn onsterfelijke boek Ik Jan Cremer de wereld in slingerde en daarmee alle taboes op seksgebied met voeten trad. Criminaliteit, kunst, de Kerk, zeppelins, natuur, reizen, muziek, het is er allemaal in dit schilderstuk. En tot slot een spin; met ongekend dikke harige poten en een echt gezicht.