Fotograaf Sander Troelstra vangt het onzichtbare

Portretfotograaf Sander Troelstra (1976) heeft een voorliefde voor onzichtbare mensen. Voor het Outsider Art Museum (OAM) ging hij op zoek naar nieuw talent in de Outsider Art-scene. Hij reisde dwars door het land, kwam op de gekste plekken en ontmoette zeer bijzondere kunstenaars. In de tentoonstelling Nieuwe Meesters geeft Sander hen een gezicht.

We zijn onderweg naar Abraham, een nieuw talent. Vol enthousiasme vertelt Sander over deze nieuwe ontdekking. “Abraham maakt zeer bijzonder werk. In MS-paint, het oudste tekenprogramma voor computers. Kleurrijke personages en figuren die door de ruimte zweven, echt heel gaaf. Het lukt Abraham om zijn binnenwereld te verbeelden. Geweldig, toch? En dat met zo’n ouderwets programma!”

Sander gaat voor de tweede keer op bezoek bij Abraham. Over de eerste serie portretten die hij maakte, was hij niet helemaal tevreden. “De foto’s moeten echt goed zijn, niet een beetje goed, maar echt heel goed. Een tentoonstelling is zo slecht als z’n zwakste foto.” Abraham is een van de 28 Outsider-kunstenaars die Sander portretteert voor de expositie Nieuwe Meesters in het Outsider Art Museum. Het museum krijgt regelmatig werk aangeboden, door familieleden, begeleiders van creatief ateliers of soms door kunstenaars zelf. Directeur Hans Looijen maakt een selectie en vervolgens gaat Sander op pad, op zoek naar de tot dan toe onbekende kunstenaar.

Een opdracht die op zijn lijf is geschreven: Sander heeft een grote fascinatie voor onzichtbare mensen, mensen die net even anders zijn. Gedreven door het onalledaagse focust hij zich op het portretteren van mensen met een rafelrandje: zonderlingen die om wat voor reden net buiten de maatschappij vallen.

In Utrecht ontmoeten we Abraham, een lange, donkere man; zijn dreadlocks hangen in een omgekeerde paardenstaart op zijn voorhoofd. Jarenlang leefde hij op straat; nu woont hij samen met twee andere mannen in een klein appartement, een begeleid wonen project van GGZ-instelling Lister. Voorovergebogen kijken Sander en Abraham samen naar zijn nieuwste werk: kleurrijke figuren die door de ruimte zweven. “Ik maak studies van de ruimte en ik probeer muziek te tekenen, ik luister altijd naar muziek als ik aan het werk ben, klassiek of techno, dat breng ik in beeld met mijn MS-paint computerprogramma.”

Sander schuift met banken, tafels en stoelen en creëert een decor waar Abraham met zijn ranke, statige postuur poseert. De fotograaf is een sociale kameleon die aftast, zich aanpast, van scene verandert en dan opeens …pats! Hij laat stiltes vallen om spanning te creëren, iemand hoeft niet per se op zijn gemak te zijn, het mag best een beetje wringen. Abraham werkt moeiteloos mee, verandert van poses en kleding, draait, buigt en recht zijn rug. De fotosessie is voor hem een enorme erkenning: voor het eerst is zijn werk en portret te zien in een museum. Dan komen de woonbegeleiders van Lister binnen; ze gaan boodschappen doen met de mannen. “Tot ziens op de opening, Abraham,” groet Sander.

De fotograaf voelt zich als een vis in het water tussen Outsider-kunstenaars. “Ik kan mij heel goed identificeren met deze wereld, met mensen die zich aan de rand van de maatschappij begeven. Er hoeft maar iets te gebeuren en het gaat mis.” Zijn fascinatie komt voort uit zijn eigen jeugd. “Ik ben opgegroeid in Lelystad, de jaren negentig. Lelystad werd toen als eng bestempeld in de media. Daar waren wij het niet mee eens, maar als ik nu terugkijk was het toch echt wel een rafelrandstad. Rondhangen op schoolpleinen en ‘Het Pleintje’, een plek net buiten het winkelcentrum met een paar kleine cafés. Er waren vechtpartijen, er werd geschoten, je moest letterlijk vechten voor je plek. Ik heb van dichtbij gezien hoe mensen het verkeerde pad op gaan. Dat had mij ook kunnen gebeuren, het was spannend en verleidelijk om je daarin te begeven.”

Via een omweg ontdekte Sander dat fotografie zijn passie was. “Gek genoeg was de plotselinge dood van mijn vader, die op zijn 58e overleed aan een hartaanval, voor mij de trigger. Mijn vader uitte zich niet waardoor hij last kreeg van spanningen. Heel herkenbaar voor mijn broers en mij; wij lijken op hem. Toen viel bij mij het kwartje. ‘Verdomme, Sander! Het is van levensbelang dat je jezelf uit!’ Voor mij werd dat uiteindelijk fotografie. Van mijn eerste salaris kocht ik een camera. Later deed ik op mijn 23e een fotocursus bij de Fotoacademie in Amsterdam. Daar gebeurde al iets, ik ontwikkelde een eigen beeldtaal. Ik werd aangemoedigd om er iets mee te doen, maar de opleiding was voor mij te duur en mijn ouders waren niet van plan dat te betalen. Fotograaf was in hun ogen geen goed beroep. Daar viel geen geld mee te verdienen. Ik ben toen maar gaan werken. Toch bleef er altijd een stemmetje in mijn hoofd hangen: ‘Stel dat ik van fotografie mijn werk zou kunnen maken… Wat voor fotograaf zou ik dan zijn?’ In 2008, ben ik de Fotoacademie in Amsterdam gaan doen om er achter te komen.”

Die keuze was een schot in de roos. Met zijn afstudeerscriptie – ‘Kinderen van de nacht, portretten van straatjongens in Zuid-Afrika’ – won hij in 2011 de Zilveren Camera. Vrijwel direct begon hij als assistent van fotograaf Koos Breukel, er volgden meer Zilveren Camera prijzen en later ook de beste prijs die hij zich kon wensen: de Nationale Portretprijs 2015 voor het portret van Outsider-kunstenaar Ben Augustus, een van de ‘Nieuwe Meesters’ in het Outsider Art Museum.

”Een fantastische erkenning voor mijn werk. De foto is eigenlijk op een heel eenvoudige manier ontstaan. Ik was op reportage bij galerie Herenplaats in Rotterdam, op de gang kom ik Ben tegen. Ik vroeg hem even te gaan staan waar het licht goed was en binnen een paar minuten was het klaar. Een schitterende foto! Er zit een gevoel van afwezigheid in, verstilling. Je ziet dat Ben het syndroom van down heeft, maar het overheerst niet, het is een universeel beeld van de mens.”

Voor zijn fototentoonstelling Nieuwe Meesters heeft hij in totaal 28 Outsider-kunstenaars geportretteerd. “Voor mij persoonlijk zijn dat zeer bijzondere ervaringen. Neem Roel, van atelier Jans Pakhuys in Amersfoort. Hij maakt cynische, religieuze schilderijen, hij reflecteert op de maatschappij. Roel is spastisch, zijn lichaam schiet alle kanten op als ik aan het fotograferen ben. Maar het mooie tijdens zo’n sessie is: ik mag het zien en door een speciale ademhalingstechniek krijgt hij tijdelijk zijn spasme onder controle. Deze portretten zijn erg mooi geworden.”

Gedreven door zijn voorliefde voor onzichtbare mensen, heeft Sander deze ‘Nieuwe Meesters’ een gezicht gegeven. “Met deze portretten wil ik vooral waardigheid uitdrukken. Zwart-wit fotografie werkt heel goed, het gaat over licht en donker, je komt beter tot de essentie van de kunstenaar. Deze mensen zijn niet zielig, ze maken zeer interessant werk. Met deze tentoonstelling hoop ik te bereiken dat het publiek op een waardige manier naar deze kunstenaars en hun bijzondere werk kijkt.”

Sander Troelstra (1976) studeerde in 2011 af aan de Fotoacademie in Amsterdam. Troelstra heeft een aantal bijzondere prijzen op zijn naam staan, waaronder de eerste, tweede en derde prijs van de Zilveren Camera. Met het portret van Outsider-kunstenaar Ben Augustus, een van de Nieuwe Meesters in de tentoonstelling, won hij de Nationale Portretprijs 2015.