Dromen en visioenen als inspiratiebron

De surrealisten werden direct gegrepen door de wonderlijke dromen en visioenen die Outsider- kunstenaars zonder enige gêne verbeelden. Wat een inspiratiebron! Outsider Art is wat dit thema betreft voor professionele kunstenaars een inspirerend reservoir gebleven.

De meest bekende visionair in Outsider Art is August Natterer (1868-1933). Hij was elektricien maar kreeg hallucinaties waardoor hij in de psychiatrie verzeild raakte. Daar wijdde hij zich aan het verbeelden van de tienduizend visioenen die met de snelheid van bliksemflitsen aan hem waren verschenen. Een beeld uit de serie, De Wonderlijke Herder, heeft hij beschreven als een weergave van zijn traumatische ervaring met een prostituee. Een slang, voor velen het symbool van het kwaad, ligt tegen de gespreide benen van een vrouw aan. De ene voet gaat over in het gezicht van een man die zijn schoonvader zou zijn. De herder met de hond die tegen de slang aan staat, is Natterer zelf. Hij was naar zijn idee niet alleen de achterkleinzoon van Napoleon I, maar ook de goddelijke figuur die het werk van Jezus op aarde moest komen afmaken. De verlossing was nou eenmaal niet helemaal gelukt omdat de kruisdood te vroeg zou zijn ingetreden; en Natterer was aangewezen om dat goed te maken.

Het is een geluk dat deze beschrijving van de betekenis van het werk uit zijn eigen mond afkomstig is. Vaak weet niemand meer wat we met dit soort droombeelden aan moeten. Natterers werk kwam in de openbaarheid door het beroemde boek van Hans Prinzhorn, Bildenerei de Geisteskranken uit 1922. Prinzhorn vond de tekeningen griezelig en tegelijkertijd typerend voor het werk van schizofrenen. Nu we in de kunst zoveel meer verbeeldingen hebben gezien van vreemde, ongemakkelijke en vaak ook gruwelijke scenes, is het werk van Natterer niet meer zo schokkend. De surrealisten als Max Ernst naast kunstenaars als Otto Dix, Ernst Ludwig Kirchner, Alfred Kubin en vele anderen hebben hun duit in het zakje gedaan en onze ogen geopend voor de dimensie van de droom en de fantasie. Een gebied dat geen grenzen kent en waar geen taboes gelden. We zien Natterers werk qua beeldtaal nu eerder als verfijnd en beheerst, terwijl de wonderlijke inhoud op een meesterlijke manier blijft intrigeren.

Het werk van Mies van der Perk (1938) kan macabere vormen aannemen. Monsters uit een slappe massa rijzen op uit de grond en spugen baby’s uit een bloederig gat. Duivels overrijden passanten. Een hermafrodiet hangt dun en uitgerekt aan haar twee gezichten. Verwrongen lichaamsdelen, tralies, kronkelende tongen, katten met kontjes die een vrouw verkrachten, het is geen fijne wereld. Het zijn nare visioenen van wat mensen kan overkomen, of nachtmerrieachtige beelden van wat de schurken onder ons zomaar doen. Pas als ze rond de zeventig is, komt haar binnenwereld op deze heel eigen manier op papier. Sporen van stripverhalen, animatie en cartoons duiken op in haar handschrift; in die zin is ze een kind van haar tijd. Ook haar onderwerpen lijken de huidige beangstigende wereld te weerspiegelen. Toch hoort haar werk thuis in Outsider Art, waarin kunstenaars figureren die met hun ruwe visioenen een werkelijkheid achter de werkelijkheid oproepen. In het werk van Mies van der Perk ervaart de kijker de donkere kant van het complexe, overprikkelde leven, dat de huidige stedeling gevangen houdt. Mies van der Perk heeft haar kunst nodig om de schade die ze door allerlei omstandigheden in haar leven opliep, te boven te komen. Daarbij pakt ze met haar werk actuele bedreigingen aan, die daardoor weliswaar niet ontkracht worden.

Outsider-kunstenaars als Van der Perk, Natterer en hun verwanten, schetsen de werking van verborgen krachten en tonen hoe ze daarmee dealen. Ze openen de deuren waaraan kunstenaars als Robert Crumb (Verenigde Staten), Grayson Perry (Groot-Brittannië) en Chris Hipkiss (Groot-Brittannië) voortdurend morrelen. Binnen deze thematiek wordt het onderscheid tussen de culturele kunst en het werk van outsiders wel heel erg klein.

Auteur: Ans van Berkum